Menu
Stichting Erfgoed Ede
Verhalen
 
 


Vliegkamp Doesburgerhei - herinneringen van Ko de Nooij


In de documentatieverzameling van de vereniging Oud Ede zitten heel veel verhalen over het vroegere Ede verborgen. Eén daarvan (of liever twee, in één document opgenomen) is het verhaal over het Vliegkamp op de Doesburgerhei, opgeschreven in augustus 1983 door Jacobus (Ko) de Nooij. (Er moeten t.z.t. nog afbeeldingen bij dit verhaal geplaatst worden.)

J.de Nooy, Ede (Jacobus - "Ko" - de Nooij, 10/1/1897 - 7/10/1984)

Herinneringen anno 1909 - 1912 en 1918 - ± 1921 inzake de 1e vliegpogingen op de Doesburgerheide te Ede.

Ede, Augustus 1983

Mijn historiebeleving t.o.v. de vliegerij in ons mooie dorp kan in 2 fasen weergegeven worden, n.l. de tijd van onze zorgeloze jeugdjaren met als hoogtepunten de vacanties van school, dus: met de militairen mede naar de schietbanen
of op manoeuvres en dus ook: "brood en koffie mee", of dwars door de bossen de kortste weg naar de Doesburgerheide, waar al diverse loodsen waren gebouwd voor de fabricage van vliegtuigen. Tot overmaat van geluk werd die fabrieksopzet tijdelijk ondergebracht in een voormalig instituut van onderwijs net t.o. ons ouderlijk huis, n.l. de Brouwershoeve. Mijn ouders zagen met enige zorg onze groeiende belangstelling voor deze instelling, daar mijn broer en ik enthousiast beweerden later ook dit vak te gaan beoefenen, temeer daar wij reeds hand- en spandiensten verrichtten bij de opbouw van staart en vleugels.

De staart was van een open constructie, zodat liggende en staande latten door blanke spandraden werden versterkt. Deze spandraden moesten met een blauwe transparante lak bestreken worden. Een dot watten werd in de lak gedompeld en via dit primitieve systeem kreeg dit draadwerk de idee van staal.

Mijn vader en broers hadden een huisschildersbedrijf, dus de kritiek kwam los. Die lak droogde té snel om goed te zijn. Toch bleven wij onze "nieuwe werkgevers" trouw! Ondanks de niet mis te verstane "kwalificatie", dat het maar woest volk was! Zij hadden n.l. een stoomfiets, een 2e of 3e hands N.S.U. met open uitlaat, de riem direct gekoppeld aan de motor, dus "aanlopen" en na veel geraas - hup, erop springen, stofbril op. pet met klep naar achteren enz. Ziedaar het beeld van woestheid. En het waren toch zulke kalme, flinke typen, die mannen van het eerste uur!

En dan die eerste vluchten. Oh, wat een sensatie op die avond van eind juli 1910. De eerste vlucht van een Nederlander boven Nederland! Herhaaldelijk stak men een natte vinger in de lucht om de windrichting vast te stellen. Eindelijk, de ééndekker werd naar buiten geduwd. Wij, toeschouwers, de staart vasthouden, tot dat Hilgers de hand zou opsteken. Hilgers draaide enige keren met korte rukken de schroef aan, wipte via enige voetsteunen tussen vleugels en staart. De hand des bestuurders ging als een vuist omhoog en de ééndekker snorde en waggelde naar de rand van de heide, na.bij de Hessenweg (van de wind af).

De motor afzettend wipte Hilgers uit het toestel, keerde het aan de staart en was vlug genoeg in het toestel om de nog zwak draaiende schroef op volle toeren te krijgen. Hij vloog over ons heen op zo'n 10 à 20 meter hoogte. Wij waren perplex en even later in alle staten van luidruchtigheid!

Mocht Hilgers zich tot ééndekkers bepalen, Wijnmalen bleek verkleefd aan zijn tweedekker. Op voor ons duizelingwekkende hoogte zette hij de motor af en daalde "vol plané", d.i. in spiraalvorm, vlak bij ons neer. Doodkalm begaf hij zich naar de hangar. Steeds was hij gekleed in een sportief geruit kostuum, klep van de pet in de nek, de enmisbare pijp in de mond. Aan ons gaf hij geen aandacht, in tegenstelling met Jan Olieslagers, de getapte Belg.

Wat een typen, die mannen van het eerste uur in de vliegwereld: Hilgers, v.d.Burg, Olieslagers, Wijnmalen, Koolhoven, Bakker. Zij waren inventief, ijverig, eenvoudig en beschaafd.

Olieslagers begeesterde het Nederlandse publiek zodanig, dat er overal gezongen werd:

Als Olieslagers dood is
Dan krijgen wij misschien
De helft van zijn centen
En een ouwe vliegmachien
Dan gaan we vliegen {refrein 2x)
Naar Amerika enz.

Algemeen dacht men wel dat die pioniers niet oud zouden worden. Hoezeer wij als jeugd begeesterd waren door alle vliegplannen moge blijken uit deze historie: Een leraar op de Ambachtsschool te Arnhem plaagde en jende ons als Edenaren, b.v. "jullie zijn uit de hei getrokken, kom je met 't spoor langs Ede dan zie je niets dan hei".

Toen in die tijd Clement van Maasdijk bij Arnhem verongelukt was, had dat op ons, mijn broer en mij, een grote indruk gemaakt, dus was het ook hét onderwerp van de dag. Juist toen kwam de treiterij, ten koste van ons dorp, weer aan de orde. Prompt reageerde ik in de volle klas met: "Bij ons kunnen ze tenminste vliegen en hier alleen maar dood vallen". Oh, die reactie van die strenge maar toch ook wel fijne leraar! Hij trok wit weg en krijste: "Je gaat te ver!" Drie keer. Ook ik was perplex en .... zweeg.

Bij het volgende rapport was mijn gedragcijfer aanmerkelijk gedaald en de reprimande thuis erg mild en de heide was geen gespreksstof meer! In 1912 was mijn leertijd afgelopen en kwam ik in het vaderlijke bedrijf met lange arbeidsd.agen en .... geen tijd meer voor avontuur!

't Was mobilisatie en rondom oorlog tussen de geallieerden en Duitsland. Van beide zijden verdwaalden er vliegers, die dan met hun toestellen geinterneerd werden. Helaas werd Soesterberg meer en meer militair, zodat die toestellen prachtig studiemateriaal waren. Bovendien lag Ede te dicht bij de Duitse grens. Je kon nooit weten, ja, ja!

Periode 1918 - 1921.

De mij ter beschikking gestelde foto's en brochures maakten herinneringen wakker. Carley waagde het met anderen in Ede een vliegtuigfabriek op te richten.

Op verfgebied gunde hij ons de klandisie, dus ik kreeg van tijd tot tijd opdrachten van mijn "grote broers".

Carley was een joviaal type. Hij pochte ook wel eens, door te beweren dat hij met zijn motor + dynamo heel Ede van stroom kon voorzien. Had hij het maar gedaan! Hij had een goede sfeer in ziin bedrijf, waar diverse Edese ambachtslieden als hout-, metaalbewerkers, bekleders en een leerbewerker, o.a. één die vrijmoedig protesteerde bij het misbruiken van God's naam of bij liederlijke praatjes. Giesbert,zo was zijn voornaam, kreeg de bijnaam van: de filosoof. Gingen de plagerijen soms bijna tot handtastelijkheden (bij de tegenpartij), dan ontpopten zich bij die eenvoudige toehoorders beschermengelen, die zeiden: "Pas op! Als je het met de bek niet kunt winnen - mit je poten blief je van hem af".

Carley was in het bezit van een Citroën. Ja, een chassis, heel klein, heel laag, heel simpel. Nu zou het een buggy heten, maar 't was nog eenvoudiger. Twee rieten stoeltjes en daarachter een bakje voor de boodschappen o.a. en soms als bestuurster Mevrouw Carley. Voorpaginanieuws voor dat orthodoxe Ede. Eens bij haar terugkeer zag Carley direct een vers mankement n.l. een kromme vooras. Zijn vrouw "wist van niets" dus vroeg hij mij enigszins sarcastisch: "Kan zoiets vanzelf gebeuren?"

Al met al was men zelfs in die mobilisatiejaren toch gevorderd in de vliegtechniek. Naar ik meen stichtte Bakker de vliegschool "de Condor". De voornaamste indrukken, die jarenlang als lidtekens schrijnden, zijn mijn verwoede pogingen om de nota's betaald te krijgen. Zelfs de man met de rode pet, een plaatselijk incasseerder, boekte geen resultaat. Toch waagde Carley zich, als nieuwe ster in dit avontuur.

Zoals reeds opgemerkt: met personeel en met motoren en machines, weliswaar in houten luchtige gebouwen, maar één en ander wekte vertrouwen. Ons bedrijf genoot de eer van de klandisie. En inderdaad, wij en velen met ons, zagen resultaat. Een elegant toestelletje. Een juweeltje van techniek en ambachtskunst, moest door ons diep rood gelakt worden. Liefst vandaag nog af te leveren, want er moest nog proefgevlogen worden en geposeerd op de ELTA (Eerste Luchtvaarttentoonstelling te Amsterdam). Dat terrein was aan de overzijde van het IJ.

Een premie van f 25,- werd toegezegd bij tijdige aflevering. Dat laatste gebeurde, maar het eerste staat nog "open". Als aankomend reclameschilder (naar ik toen meende) adviseerde ik ongevraagd op loodsen en machines naam en eventueel een merk aan te brengen. Carley gaf mij hierin "carte blanche" en tijdig stond op die beroemde ELTA onze machine, voorzien van "merk" en monogram op de staart.

Hussni, een kleine maar kwieke Turk, werd invlieger-instructeur, die de politie tot wanhoop bracht. Soms, in de stille zomeravond, werd ons dorp opgeschrikt door dat rode monster met vrije uitlaat. Het cirkelde laag om de toren en verdween weer. Eenmaal heb ik de ontboezeming van onze veldwachter gehoord, waarna hij snel de sabel op de stuurklemmen vastzette en naar het vliegveld reed. Was maar een deel aan Hussni voltrokken wat hij hem toen toewenste, dan had Carley geen instructeur meer gehad. Helaas, de ijverige politieman had bij aankomst het nakijken. Hussni was snel uitgeweken naar Soesterberg.

Al met al bleef de vliegtuigindustrie in Ede noodlijdend. De animo van toeleverende bedrijven werd steeds minder en zo langzamerhand werd het bedrijf stilgelegd, zeker ook door de groeiende concurrentie van Fokker. Even nog kwam er actie. In de beginjaren van '20 stond het voormalige jachthuis Reehorst ledig, na vier jaren als kazerne te hebben gediend. Er circuleerden hardnekkige geruchten dat er vliegtuigonderdelen waren opgeborgen, onttrokken aan de krijgsbuit der geallieerden van Duitsland. In november 1918 was toch de capitulatie van Duitsland een feit geworden. Het lukte mij v66r de aangekondigde verkoping binnen te komen en zag daar o.a. nog in kratten verpakte vliegtuigmotoren met waterkoeling en, naar ik meen, een 7-cylinder stermotor.

Bij de verkoop waren natuurlijk geinteresseerde valanensen en wij kwamen in het bezit van enige 50 l. bussen met spanlak. Doordat de gebruikte oplosmiddelen (acetaten en koolwaterstoffen) van oorlogskwaliteit waren, was de opslag (zonder hinder) een moeilijk vraagstuk. Veel later identificeerden wij het als aethylcellulose voor het impregneren van de met textiel bespannen vleugels.

Met het vrijgeven van deze ervaringen hoop ik een bijdrage te·hebben geleverd aan de historie van een thans wereldomvattend bed.rijf met een niet meer weg te cijferen functie in ons internationaa.l verkeer.

Bij Ede begon het toch maar!


ID-nr: 111 - Bron: www.erfgoedede.nl
Aanvullingen / verbeteringen / opmerkingen?
Stuur een mailtje met vermelding van ID-nr: 111.