Menu
Stichting Erfgoed Ede
Verhalen
 
 


Hoe de ENKA de NYMA dwarszat


stichtingerfgoedede.nl-/fotoalbum/plaatjes/enka_luchtfoto_nyma.webp

De gebouwen links onder en aan midden links zijn latere uitbreidingen van de oorspronkele fabriek.

 

Hoewel het er op lijkt dat de ENKA de enige Nederlandse producent van kunstzijde (rayonvezel) was, is deze indruk niet juist. De oprichter van de ENKA, dr. Hartogs, had van 1907 tot 1909 gewerkt bij de in 1904 gestichte kunstzijdefabriek van Samuel Courtauld in het Engels Coventry. Hij had ontdekt dat de kwaliteit van het geproduceerde garen verbeterd kon worden door een gewijzigde samenstelling van de vloeistof (het spinbad) waarin de viscose tot garen stolde. Hartogs bood deze ontdekking aan zijn werkgever aan, maar deze had daarvoor geen belangstelling.

Hartogs keerde daarop naar Nederland terug, ging werken als scheikundedocent aan de HBS aan het Roelof Hartplein in Amsterdam, en ging werken aan zijn promotie. Hij verkreeg een patent op de door hem ontwikkelde gewijzigde samenstelling van het spinbad, en wist investeerders te vinden voor de bouw van een fabriek van kunstzijde die zijn methode zou gaan gebruiken. Dat werd de Eerste Nederlandse Kunstzijdefabriek te Arnhem ENKA), die werd opgericht in 1911. In 1913 kwam de productie op gang.

Na de Eerste Wereldoorlog groeide de vraag naar kunstzijde sterk, en een oude economische wet leert: “vraag creëert aanbod”. De bestaande fabrieken gingen uitbreiden, en de ENKA in Ede ontstond, in 1925 gevolgd door een tweede fabriek in Arnhem. Maar er kwam ook een tweede Nederlandse producent bij, de Hollandse Kunszijde Industrie (HKI) in Breda, die in 1919 werd opgericht door Charles Stulemeyer.

In 1928 fuseerde de ENKA met de in het Duitse Wuppertal-Eberfeld gevestigde Vereinigte Glanzstoff Fabriken A.G. In hoeverre de situatie in het Duitsland van net na de (verloren) oorlog hier een rol in heeft gespeeld weten we niet. De fusie resulteerde in het tot stand komen van een nieuwe onderneming, de Algemeene Kunstzijde Unie (AKU). Een goed gekozen naam, want ook de Duitse vertaling (Allgemeine Kunstseide Union) levert dezelfde afkorting op.

In 1930 ging de AKU een samenwerking aan met de HKI, hetgeen in 1931 resulteerde in de oprichting van de N.V. Internationaal Kunstzijde Verkoopkantoor. Nodeloos te zeggen dat de Aku daarin de eerste viool speelde, zij was immers veruit de grootste partner.

De Twentse textielindustrie was een grote afnemer van de producten van de ENKA (AKU). Maar de fabrikanten waren niet gelukkig met de overheersende marktpositie van deze leverancier. Want daardoor waren zij voor één van hun belangrijkste grondstoffen in feite aangewezen op slechts één leverancier. De ingenieur Michel Bury, die bij Hartogs had gewerkt en dit inzag, nam daarom het initiatief middels het stichten van een concurrerend bedrijf een tegenwicht te vormen. Er werd met hulp van de Twentsche Bank en een aantal Twentse textielbedrijven een startkapitaal bijeen gebracht om een “eigen” fabriek van kunstzijde te stichten. In Nijmegen werd een geschikte lokatie gevonden, en het terrein werd aangekocht om daar de nieuwe fabriek te bouwen, die Nyma zou gaan heten.

Aan dit initiatief wilde ook dr. Hartogs deelnemen, maar hij werd buiten de deur gehouden. Zijn reactie was eenvoudig, maar doeltreffend: hij kocht een strook van vijf meter grond, precies en geheel gelegen rondom het voor de nieuwe fabriek bestemde terrein. Aan die nieuwe fabriek, de Nyma, mocht hij dan niet meedoen, maar door deze grondaankoop blokkeerde hij vervolgens elke groootschalige uitbreiding van de Nyma in de naaste omgeving.

Het terrein van de Nyma was zeven hectare groot, en daarvan was in 1934 slechts twee hectare bebouwd. Dus er was zeker nog wel ruimte voor uitbreiding. Maar om de grootschaligheid van de Arnhemse en Edese bedrijven te bereiken (en de daardoor ontstane voordelen van een dergelijke grootschalige productie te behalen) zou het terrein, ingesloten door de grond van Hartogs, te klein zijn geweest. Dat blijkt ook uit de cijfers, waar de AKU op een gegeven moment meer dan twaalf miljoen kilogram produceerde, bleef de Nyma steken op iets meer dan twee miljoen.

De Aku heeft die grond tot in de jaren veertig van de vorige eeuw in bezit gehouden. De Nyma bleef een relatief kleine producent (maar groeide wel uit tot de grootste werkgever van Nijmegen) terwijl de AKU steeds verder expandeerde.

Tot ook daar het verval inzette.

De bron voor dit verhaal vormt een bouwhistorische verkenning van de Nyma, die via Google als PDF te downloaden is.


ID-nr: 134 - Bron: www.erfgoedede.nl
Aanvullingen / verbeteringen / opmerkingen?
Stuur een mailtje met vermelding van ID-nr: 134.